Algemeen
Een hengel bestaat uit een stok waarbij aan een van de uiteinden een lijn is bevestigd die gebruikt wordt bij het vissen. Aan de lijn is meestal een haak bevestigd waaraan de visser vooraf wat aas bevestigt. Als een vis het aas in de bek neemt kan de visser de stok bewegen waardoor de vis vast komt te zitten aan de haak. De visser concludeert dat een vis het aas in de bek heeft genomen doordat een drijvertje aan de lijn (dobber) gaat bewegen of doordat de top van de hengel bewegingen maakt. Als de dobber ondergaat, dan draai je (bij een moderne hengel) aan het molentje, waardoor de vis opgehaald kan worden. Vervolgens kun je voorzichtig het haakje uit de bek van de vis halen, en de vis weer terug in het water gooien.
Hengels zijn er in veel uitvoeringen. Moderne hengels zijn van carbonfiber gemaakt, maar vroeger gebruikte men eenvoudige rieten hengels.
Vaste hengel
Een vaste hengel is een lange stok met een flexibel uiteinde waaraan een vislijn wordt vastgemaakt. De meeste "vaste" hengels bestaan tegenwoordig uit meerdere delen die in elkaar geschoven kunnen worden. Deze delen lopen van een dik achterdeel (waar de hengel wordt vastgehouden) middels steeds dunner wordende tussendelen tot aan de flexibele zeer dunne top.
In Europa worden nu bijna alle hengels van zeer lichte en sterke kunststoffen gemaakt. Vaste hengels zijn daardoor verkrijgbaar in lengtes tot 14.5 meter.
In de wedstrijdvisserij zijn vaste hengels nog steeds het belangrijkst, vanwege de grote controle die je hebt over het aas aan de hengel. Om lijnbreuk te voorkomen wordt ook vaak een stuk elastiek in de topdelen ingebracht, zodat de lijn niet kan breken door het plotseling rukken van de vis.
Werphengel
Een werphengel is een hengel die voorzien is van een werpmolen en geleideogen. De geleideogen dienen ervoor om de werpbeweging van de visser te vergroten, waardoor het aas met grote snelheid wordt getransporteerd. De actie van een werphengel bestaat uit een hefboomeffect en een pijl en boog effect: Opslag van energie in de hengel, die later wordt vrijgemaakt en naar de top getransporteerd. Het tweede effect is over het algemeen het meest gewenst en effectief.
Het gewicht van het te werpen aas moet voor een optimaal resultaat ongeveer overeenkomen met het werpvermogen van de hengel.
Een tweede functie van een werphengel is het dempen van de krachten op de lijn, welke kunnen ontstaan door plotselinge rukken van een vis.
Enkele verschillende werphengels zijn:
- De spinhengel: Speciaal voor het vissen met kunstaas. Het kunstaas wordt langzaam met behulp van de werpmolen weer ingehaald. De hengel wordt in een rechte hoek met lijn gehouden om de aanbeten van de vis goed te kunnen voelen. Spinhengels zijn daarom vrij kort en stijf.
- De matchhengel: Voor het vissen met een dobber op niet al te krachtige vis zoals brasem. Matchhengels zijn juist vrij lang en minder stijf. De lengte is nodig voor het verleggen van de lijn en het straktrekken van de lijn met dobber in geval van een aanbeet.
- De ledgerhengel: Dit zijn karperhengels en feederhengels. Er wordt met flinke loodgewichten geworpen en de aanbeet wordt geregistreerd met verklikkers. Feederhengels zijn vrij lang en erg stijf en daardoor minder geschikt om de krachtige bewegingen van een karper te dempen. Karperhengels zijn wat minder lang en de ideale demping hangt samen met de verwachte visgrootte en de omstandigheden.
- De strandhengel; een zeer grove en lange ledgerhengel bedoeld voor grote gewichten, flinke lijndikten en verre worpen om geulen die wat verder van het strand of de dijk liggen te bereiken.
- De boothengel; een meestal eendelige korte hengel die wordt gebruikt boven wrakken. Er wordt niet mee geworpen. Hij is bedoeld om flinke krachten op grote vissen bij scheepswrakken uit te kunnen oefenen, zodat ze niet meer in het wrak kunnen vluchten.
De vlieghengel werpt heel anders dan een werphengel en wordt gebruikt bij het vliegvissen.
Vliegvissen is vooral effectief bij niet al te diep en helder water. Vliegvissen maakt het mogelijk kleine aas soorten op een subtiele wijze naar de vis te transporteren. Vliegvissen wordt dan ook vooral beoefend in heldere bergstromen, meren, en begroeid polderwater.
Dobber
Een dobber, ook wel drijver genaamd is een hulpmiddel dat gebruikt word bij het vissen. Een dobber is gemaakt van een stof met een massadichtheid die kleiner is dan de massadichtheid van water, zodat de dobber blijft drijven op het water.
Een dobber heeft een dubbele functie:
- Je kan aan de plaats van de dobber zien waar de haak zich ergens bevindt, zo kan je de haak zeer precies op de juiste plaats leggen.
- Je kan zien of je beet hebt. Als de dobber onder gaat of hij drijft ineens een heel stuk weg dan weet je dat je moet aanslaan en de vis moet binnenhalen.
Lood
Een loodje is een verzwaring van de vislijn om het aas op de juiste plek in het water te brengen zodat het niet verschuift. Het loodje vergemakkelijkt tevens het ingooien, aangezien het de lijn verzwaart zodat verder gegooid kan worden.
Er zijn twee soorten lood:
- Bulklood: Grotere stukken lood die bedoeld zijn als werpgewicht.
- Loodhagel: Lood in de vorm van een ingesneden balletje. Dit wordt gebruikt om de dobber uit te loden.
De hoeveelheid lood wordt aangepast aan de zwaarte van de dobber. Als er op half water wordt gevist moet er net zoveel lood aan de dobber worden gehangen dat de dobber net niet zinkt en de antenne nog enigszins zichtbaar blijft. Bij te weinig lood zal de vis niet met het aas wegzwemmen, maar door de gevoelde weerstand van de dobber het aas weer uitspuwen.
Lood wordt ook veel gebruikt voor het vissen zonder dobber. Voorbeelden zijn de zeevisserij, de feedervisserij en de karpervisserij. Het aas wordt dan altijd op de grond aangeboden en de beet kan waargenomen worden door het buigen van de hengeltop of door een elektronische beetverklikker. De loodgewichten die bij deze visserij gebruikt worden variëren van 30 tot 150g. Met deze werpgewichten kan op een flinke afstand van de oever gevist worden (50m-150m).
Haak
De haak is een metalen haak die aan de vislijn wordt gebonden. Aan deze haak wordt het aas bevestigd. Als de vis het aas in de bek heeft kan de haak worden 'gezet'. De moderne vishaken zijn van zeer hoogwaardig staal gemaakt en worden chemisch geslepen door een druppeltje zuur dat aan de punt van de haak hangt.
In veel wateren wordt het gebruik van weerhaakloze haken verplicht gesteld, omdat bij het verwijderen van de haak de grootste beschadiging aan de vis wordt toegebracht, als deze haak van een weerhaak is voorzien.
Aas
Aas is een aanduiding in de hengelsport die gebruikt wordt voor uit organisch materiaal samengesteld voer. Het kan gaan om lokaas (voer), dat in grotere hoeveelheden wordt verspreid om bepaalde vissen te lokken. Meestal slaat de term op het soort aan de vishaak bevestigd aas dat een specifieke vis moet laten toehappen. Er zijn twee soorten aas, levend aas en aas bestaande uit vast voedsel, al dan niet aangelengd met lok- of geurstoffen.
Als levend aas worden meestal regenwormen gebruikt en soms insecten als vliegen, de larven ervan, maden genoemd en soms zelf de verpopte versie. Het gebruik van hogere diersoorten zoals vissen en kreeften als levend aas is niet geheel onomstreden. Deze dieren hebben een beter ontwikkeld zenuwstelsel maar de ervaring van pijn en stress is niet geheel duidelijk bij veel dieren.
Het gebruik van levende gewervelden als aas is in Nederland en Duitsland bij wet verboden.
Aas dat niet bestaat uit levende dieren kan bestaan uit een poedervormig tot vlokkerig materiaal wat meestal wordt gestrooid om meerdere vissen te lokken. Sommige vissen lusten ook brood, groenten en andere organische materialen.
Als karperaas worden vaak kleine, ronde bolletjes gebruikt, boilies genaamd, die zeer zoet ruiken en waar karpers dol op zijn. Deze boilies zijn keihard en karper is samen met de winde een van de weinige vissen die ze met zijn keeltanden kan vermalen.
De term "dood aas" wordt vooral gebruikt bij het snoekvissen met dode vissen of stukken vis.
Kunstvliegen kunnen ook als kunstaas worden gezien. In de hengelsport is het vissen met kunstvliegen een aparte discipline: het vliegvissen.
Over het algemeen spreekt men van kunstaas bij gebruik van metalen, houten of kunststof objecten, die een combinatie van visuele en stromingsprikkels geven waardoor roofvissen het als prooi herkennen.
De belangrijkste soorten kunstaas zijn:
- Lepels; een gebogen metalen plaat met een dreg aan het einde, met een dwarrelende actie.
- Spinners; een ovale metalen gebogen plaat die om een stalen as draait met aan het eind een haak.
- Pluggen en Jerkbaits; min of meer visvormige objecten van hout of kunststof. Pluggen zijn vooraan voorzien van een schoep.
- Softbaits; Vis-, amfibie- of wormachtige imitatie van zeer zachte en soepele kunststof.
Vissen met kunstaas (groter dan 2.5 cm) is verboden van april t/m de laatste vrijdag van mei.