10 gouden huisregels

Afbeelding: hond_aanschaffen

Honden horen in gezinnen helemaal onderaan de rangorde te staan. Alle mensen staan dus boven de hond. Omdat we van honden niet kunnen verwachten dat ze menselijk gaan denken moeten wij een beetje honds denken en handelen ten opzichte van de hond. Dat betekent dat we allemaal superconsequent moeten zijn. Alles is zwart/wit. Dat betekent ook dat iedereen zich op dezelfde manier ten opzichte van de hond moet gedragen. En hiervoor is het handig om afspraken te maken. Wat mag de hond wel en wat mag de hond niet. Alles wat hij wel mag, mag van iedereen en alles wat hij niet mag, mag van niemand. In theorie heel simpel, in de praktijk verdraaid moeilijk. Om u wat op weg te helpen vindt u hieronder zo'n lijst met tien gouden huisregels om de baas te blijven.

1. De hond mag niet op de bank of het bed.
Honden horen de laagste positie in te nemen. Behalve figuurlijk geldt dit ook letterlijk. Een hond op schoot heeft een hogere positie. Geef hem een mand, of kussen of deken en maak daar zijn lekkere plek van. Hij heeft hier genoeg aan. Mag hij wel op de bank of op bed, dan mag het natuurlijk ook als hij net door de modder heeft liggen rollen. U kunt hem er wel met een commando van af sturen, maar u mag hem er absoluut niet voor straffen.

2. De hond mag niet bedelen.
Eigenlijk geven honden, als ze bedelen, ons commando's. "BAAS, GEEF DE HELFT VAN JE GEBAKJE". Ook al krijgt hij dan vaak niet de helft, toch blijft er nog wel iets voor hem over en hebben wij zijn commando's opgevolgd. Dit hoort niet en als hij het wel mag, mag hij het ook bij visite die gekleed is in een keurig blauw colbert of mantelpakje.

3.De hond mag niet trekken aan de lijn.
De baas bepaalt waar naartoe gegaan wordt en niet de hond. Een goede ondergeschikte hond volgt de baas in plaats van dat hij de richting bepaalt. Kent de hond de weg, omdat u vaak dezelfde route loopt, dan hoort hij nog niet te trekken, want de baas bepaalt ook de snelheid van wandelen. Moet hij altijd eerst zitten voor hij over mag steken, dan moet dat ook gebeuren als u het voetgangerslicht al ziet knipperen en u op het punt staat de tram te missen. Dan wacht u maar op de volgende. Dat is pas consequent zijn.

4. De hond mag bij sjorspelletjes niet winnen.
Veel honden vinden het heerlijk om met de baas te spelen. Dat vinden de meeste bazen ook. Voor een hond zit hier echter ook nog eens een serieuze component in. Hij meet zijn krachten ten opzichte van de baas en probeert hogerop te komen. En dat mag natuurlijk nooit. Daarom hoort de baas altijd het spel te beginnen en te eindigen.

5. De hond moet commando's in een keer opvolgen.
Sommige bazen roepen wel 20 keer hun hond voor hij eindelijk komt. En dan zijn ze nog boos ook. Straffen ze de hond op dat moment, dan straffen ze hem voor het komen en komt hij de volgende keer helemaal niet meer. Eigenlijk hebben deze bazen hun hond zelf geleerd dat hij niet in één keer hoeft te komen. Want ze geven zelf veel meer keren het commando. Hiermee leert de hond dus dat hij niet direct hoeft te luisteren. En dat geldt ook voor het zitten, het blijven, het liggen enzovoorts, enzovoorts.

6. Kleine kinderen mogen nooit zonder toezicht bij de hond worden gelaten.
Honden en kleine kinderen communiceren anders. Kinderen zijn op ontdekkingsreis en proberen ook bij de hond of de oren goed vastzitten, hoe diep ze met hun vingertjes in de neus van de hond kunnen komen en of ze de oogjes van de hond aan hun knikkerverzameling kunnen toevoegen. En als de hond dan bijt kunt u dat alleen uzelf maar kwalijk nemen.

7. De hond mag niet tegen mensen opspringen.
Een heel klein pupje dat tegen mensen opspringt is vaak heel vertederend. Zo'n lobbes van 60 kg die dit doet is een onopgevoede rothond. Al eerder is vermeld dat honden de laagste positie in horen te nemen. Dat betekent dus met vier pootjes op de grond. Ook uw kleine pupje. Ga als u wilt knuffelen dan liever zelf door de knieën.

8. De hond mag niet achter fietsers aan rennen.
Honden hebben allemaal een jachtinstinct en rennen graag achter zich snel van hen verwijderende voorwerpen of mensen aan. Ook fietsers en trimmers. Leer hem een bal apporteren en laat dat de prooi zijn die hij mag vangen. Als hij die prooi dan terug komt brengen ruilt u deze voor een snoepje. Heel natuurlijk wordt dan de buit gedeeld. En uw hond ontwikkelt geen interesse voor fietsers en trimmers.

9. De hond mag zijn behoefte alleen op een vastgestelde plaats doen.
Honden hebben al zo'n slecht imago. Als u hem in huis zindelijk kunt krijgen, kunt u dat buiten ook. Leer hem dat hij zijn behoefte maar op een paar plekken mag doen. Pas als hij wat gedaan heeft gaat u naar het speelveld. Nadat u zich er natuurlijk van verzekerd heeft dat het geen overlast veroorzaakt of nadat u het heeft opgeruimd.

10. Geniet van uw hond
Ga met uw hond op cursus, ga ermee naar het strand, het bos en het park. Wat kan het u schelen als het een keer regent. U heeft toch handdoeken. Onderneem van alles met hem en ga bij hondensportverenigingen kijken wat u allemaal met honden kunt doen. Ook in uw hond zit veel meer dan u denkt. Zorg dat u die hond waard wordt!!